Veendam en Wildervank hebben tot 1942 een relatief groot aantal Joodse inwoners gehad. Veel voorkomende familienamen waren: Cohen, Van Delft, Valk en West. De synagoge voor de Joodse gemeenschap stond op de plek waar nu in Veendam de Bendiksstraat (genoemd naar de familie Bendik, ook wel gespeld als Bendiks) is. De eerste joodse inwoners in de Veenkoloniën kwamen kort na het begin van de vervening, zo rond 1700, en de eerste synagoge werd in 1745 gebouwd. Tegen 1880 woonden er ongeveer 645 joden in Veendam, Wildervank en nabij gelegen dorpen. Toen WO II uitbrak waren er in Veendam en Wildervank in totaal zo'n 215 joodse inwoners.

In 1942 kwamen de eerste deportaties naar Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen op gang, veelal vanaf de stations in Veendam, Wildervank, Bareveld, en Stadskanaal, Pekelderweg. Uit Veendam werden 95 Joden weggevoerd, van wie er 93 vermoord werden. Uit wat het huidige Wildervank is, werden 75 Joodse medeburgers op transport gesteld. Van hen werden 73 omgebracht. Uit het deel van Wildervank dat in 1969 bij Stadskanaal werd gevoegd, werden 30 Joden afgevoerd en 29 van hen kwamen om in een vernietigingskamp. Slechts 5 Joden hebben het kamp overleefd.

Hiermee kwam in feite een eind aan de Joodse gemeenschap van Veendam en Wildervank.